Vrouwen met tattooaties zijn niet te vertrouwen. Dit weekend ontmoette ik een meisje met een witte walvis op haar rug, omdat haar heart altijd so bad feels. Een overblijfsel uit de late jaren ’90. Ze was achttien en fan. Vrouwen die tot zulke dingen in staat zijn, zijn in staat om op een regenachtige zomerdag een schilmesje tussen je ribben te steken, of erger, in staat om een orgasme te faken.
Een verschrikkelijke macht van vrouwen: faken. Wij mannen kunnen er niks tegen doen, het is onmogelijk herkennen en we hebben geen gelijkwaardig wapen. Het enige wat in de buurt komt, is Studio Sport harder zetten, omdat je Tom Egbers niet kan verstaan door dat gejank dat uit de keuken komt. Of je kan haar navelpiercing met je tanden uit haar buik scheuren, maar onze stijlvolle vriendinnen hebben geen navelpiercing, tenzij het ironische navelpiercing is. Die zijn, in tegenstelling tot serieuze piercings, namelijk zeer oké, weten we dankzij mrs. Carter.
Elke tattooatie gezet in de jaren ’90 is overigens hartstikke serieus: elke tribal boven de bilspleet, elk sterretje op elk enkeltje, elke Keltische aanvoerdersband om de bovenarm. Allemaal zeer ernstige zaken. Ik vraag me af wat ik erger zou vinden; een fakend vriendinnetje, een kaal veganistisch vriendinnetje of een vriendinnetje met een ‘dat is toch lief?!’-dolfijntje op haar onderbuik.
Eerdere columns. (door Ko van ‘t Hek)